Sywert van Lienden

I'm an idealist without illusions.

Leer mij kennen

Sywert van Lienden

Close

Blog

Previous Next

Kees Berghuis, chef politieke redactie RTL Nieuws
‘Maar kijk nu eens naar dit plan over de inkomensafhankelijke zorgpremie. Het is een gedrocht. Iemand die twee keer modaal verdient, betaalt straks twintig keer zoveel aan zorgpremie als iemand in de bijstand. Twintig! Voor precies hetzelfde product. Daar had Karl Marx in zijn stoutste dromen niet eens op durven hopen.
Dan de tweede man, mede-onderhandelaar Stef Blok. Het hardnekkige gerucht gaat dat Stef Blok pas echt opgewonden raakt bij het zien van een strak opgestelde spreadsheet. Als het om inleven gaat, denken slechts weinigen aan Stef Blok.
Mark Rutte en de VVD moeten aan de bak. Er is geen draagvlak voor dit plan, de solidariteit valt weg. Nederlanders willen best meebetalen voor de crisis of voor anderen, maar zoals mijn oude moeder zei, dit plan roept vooral agressie op. Het is besmet, dus weg ermee.’

Dominique van der Heyde (politiek verslaggever NOS)
‘De zes mannen waren kennelijk zo in een roes geraakt tijdens hun ‘gunspel’- afgesloten van de wereld - dat ze realiteit uit het oog verloren. Dat is maar goed ook: zo kan het nieuwe kabinet het haastwerk van Rutte en Samsom op grote onderdelen bijsturen. Het kwartetspel van Bos kan nu beter de prullenbak in.’

De inkomensafhankelijke zorgpremie beheerst nog steeds het nieuws. Al dagen erger ik me aan de toon van Nieuwsuur, de koppen in de Volkskrant, de voorpagina van De Telegraaf. En aan politici als Pechtold, Roemer en Buma die het geheel nakakelen. 

Maar vooral aan journalisten die niet kunnen rekenen. En meer een lobby voeren voor het eigen inkomen, dan aan onafhankelijke verslaggeving doen. De laatste tijd zie je veel verslaggevers ook commentaren schrijven. Bovenstaande quotes komen uit twee columns. Denk je dat deze journalisten van de twee belangrijkste politieke TV-redacties nog neutraal en objectief verslag zullen doen van de zorgpremieplannen? 

'Zo monden de onderhandelingen tussen VVD en PvdA straks uit in een wedstrijdje welke fractie het snelst akkoord gaat met het bereikte resultaat. Het tekent de overwinnaarscultus in de huidige politiek. De oude techniek was dat je vooral moest demonstreren hoe moeizaam je had ingestemd met pijnlijke compromissen. Je moest de onderhandelingen rekken, zodat de bittere waarheid langzaam doorsijpelde naar de achterban. Je had tot het uiterste gestreden.
De nieuwe methode gaat veel meer uit van bluf van van teleurstelling. Burgers veronderstellen dat wat goed is, snel komt. Daarom maken politici tempo.
De onderhandelaars van VVD en PvDA moeten knallen zodat ze hun eigen fracties overrompelen, hun partijorganisaties aftroeven en hun kiezers versteld doen staan. Niet zozeer wegens de kwaliteit van de compromissen, maar door de vaart waarmee ze tot stand kwamen.
Snelheid overtuigt en is bijna een doel op zich; traagheid doet twijfelen. Met één voorbehoud: als het resultaat de eerste barsten vertoont, kan de werkwijze zich tegen de ADHD-onderhandelaars keren, want de achterban kreeg onvoldoende tijd zich voor te bereiden op het onvermijdelijke

Knappe Elsevier-analyse van vorige week, voor de presentatie van het regeerakkoord. Eric Vrijssen waarschuwt voor wat nu gebeurt met de inkomensafhankelijke zorgpremies.

Nieuws stopt niet zodra het ‘nieuwe’ eraf is.

Afgelopen dagen is helaas Rob Wijnberg, hoofdredacteur NRC Next, gedwongen te vertrekken vanwege gebrek aan groei bij NRC Next. Het campusformat van NRC Next was vaak eigenzinnig: altijd een verrassend voorpaginaverhaal, op zoek naar verdieping (ok, en wat hipster- en damescolumns) en met een hartslag dat asynchroon liep met het ritme van het nieuws. Met de beperkte middelen die de Next heeft is dat knap te noemen. De krant moet nu ‘newsy’ worden. Het ontbrak de krant zeker soms aan wat harder politiek en economisch nieuws en vooral ook een goede online kant. Maar hopelijk wordt het nu geen krant die volledig in de pas mee zal marcheren in de nieuwscyclus die je overal al kunt lezen. Het is vooral jammer dat men Rob Wijnberg niet de kans hebben gegeven zijn plannen voor een meer ‘newsy’ Next te laten zien. Nu komt er dus een nieuwsmanager’.

In dit artikel van de Economist staat het gevaar van een ‘newsy’ berichtgeving. Je kent ze wel, de artikelen waarin de oplossing voor kanker wordt aangekondigd. Of voor ADHD. Je hoort er nooit meer wat van, want de mediakaravaan is al weer een paar stations verder. Reflectie, verdieping, een onderzoekende houding: het ontbreekt door een gebrek aan wil, kennis en liefde voor feiten. Hier kan NRC Next een rol spelen. Het is de taak van de krant van de toekomst: afstand nemen en nieuws zoeken en maken zodra het ‘nieuwe’ eraf is. De rest doet men wel online.

Het recht op informatie en KH Prins Friso Het recht op informatie en KH Prins Friso

Zappend via een necrologie van het NOS journaal naar een onbedoeld symbolische uitzending van Pauw en Witteman (een aflevering over de Staat van het Land werd geschrapt, ziedaar de stand van het land) download ik vanmiddag de NRC waar ik via de voorpagina direct met de toestand van Prins Friso wordt geconfronteerd. ‘Hoe zal het brein van prins Friso zich houden?’ is de kop waaronder redacteur Jannetje Koelewijn duidelijk maakt dat ze via haar man inside information heeft van de behandelend arts. Het schiet de lezers het verkeerde keelgat in en via Twitter wordt vol gal gesproken over dit sensatie-artikel. De vergelijking met het weesje Ruben in Tripoli is snel gemaakt. Uitgever Nijenhuis tweet nog even vrolijk dat hij het een ‘journalistiek, menselijk en smaakvol verslag’ vindt. Zelden als lezer zo dichtbij geweest’. De storm gaat niet liggen en hoofdredacteur Peter Vandermeersch schrijft een blog met verantwoording over de gemaakte keuzes. Hij rept van een afweging van het recht op privacy van de patiënt versus het recht op informatie en rechtvaardigt daarmee het artikel op de voorpagina. Maar bestaat dat eigenlijk wel, het recht op informatie? En wat zijn de consequenties van deze gedachtegang?

 

Read More

Onderzoek naar politieke invloed op burgemeesterbenoemingen

Kiezen of verdelen; onderzoek naar de totstandkoming en uitwerking van de gemeentewetswijziging van 2001

Prinses Europa, de stier en de technocraat; waarom technocraten niet de oplossing zijn

            De democratie in Europa worstelt met het oplossen van de financiële crisis. Als ware opgefokte symbolische hemelstier voerde Zeus de financiële crisis prinses Europa naar Griekenland. Daar baarde Europa een oude bekende: de technocraat. Na 20 jaar relatieve stabiliteit, liberalisering en democratisering staat Europa op een voor haar bekende T-splitsing. Links gloort de trage, soms onvoorspelbare en emotionele democratie, rechts de afstandelijke en kundige technocratie. In Athene en daarna Rome heeft een regeringswisseling plaatsgevonden zonder verkiezingen. In Athene werd premier Papademos geïnstalleerd. Een voormalig Grieks centraal bankier en lid van het bestuur van de Europese Centrale Bank. In Rome werd Mario Monti geïnstalleerd, professor, oud-eurocommissaris en adviseur van een bank. Ook in andere Europese lidstaten en in Amerika zijn politieke botsingen en technocratische bezweringen aan de orde van de dag. Het versterkt daarmee de oorzaken die aan de wieg van de financiële crisis stonden. Het ontbreekt technocraten namelijk aan één zaak: principes.

Aanloop financiële crisis

            De aanloop naar de financiële crisis begint al in de jaren ’70, als het Westen na het inéénstorten van Bretton Woods geen vaste (goudgedekte) wisselkoersen heeft. De groei van de jaren ’50 en ’60 kan niet langer in stand gehouden worden door een combinatie van factoren. Ten eerste komt Europa in een loon-prijsspiraal terecht door stijgende loonkosten, die arbeiders wensen ter compensatie van jarenlange gematigde loonstijgingen en een hoge inflatie. Ten tweede het stijgen van de kosten van energie, waardoor productie en transport van fysieke goederen duurder wordt. Ten derde gaan overheden grote schulden aan om de opbouw van de verzorgingsstaat te kunnen betalen. Ten vierde, en misschien wel het belangrijkste, maakt Europa de overstap van een economie gericht op productie naar een economie gericht op diensten. En waar de productie overeind blijft is het niet langer voldoende om kapitaal te formeren om lineaire productiestijgingen te bewerkstelligen. Innovatie door middel van kapitaalintensief onderzoek is het middel om Europa een voorsprong te geven. De economie wordt kortom kapitaalintensiever en banken krijgen een grotere rol in de ontwikkeling van de economie. Maar snelle en grote groei blijft uit.

            In de jaren ’80, als de schulden van overheden zijn opgelopen, de werkeloosheid groot is en innovatie uitblijft, is de dominante politieke opvatting dat de overheid zelf het probleem is. Door deregulering, privatisering, liberalisering onder leiding van Margareth Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Ronald Reagan in de Verenigde Staten wordt veel financiële regulering afgeschaft. Niet alleen nemen zij hiermee het ideologische besluit om de overheid een minder grote verantwoordelijkheid te geven, ook wordt geprobeerd groei in de financiële en dienstensector te genereren. Ook krijgt het ideaaltype van de bankier een plek in de cultuur. Zelfs nu nog worden krijtstreepstropdassen verkocht als de ‘Gordon Gekko’. Een andere, mogelijk cruciale, ontwikkeling is dat in de jaren tachtig met de financiële innovaties twee zaken bij hebben gedragen aan de complexiteit van de financiële sector. Ten eerste de opkomst van ingewikkelde bancaire (verzekerings)producten met een sterk juridisch karakter die het mogelijk maakten de balansen van de banken te laten exploderen. Ten tweede de opkomst van investeringsfondsen gelieerd aan financiële instellingen die, vaak onzichtbaar voor de toezichthouder, door middel van wiskundige rekenmodellen en computergestuurde transacties grote invloed hebben op marktbewegingen.

            Deze twee ontwikkelingen, de toenemende complexiteit (juridisch en wiskundig) en gebrekkige transparantie (door deregulering en nieuwe financiële entiteiten) blijkt een cocktail gemaakt door technocraten die 25 jaar later de kern blijkt te vormen van de financiële crisis.

            Maar daar komt nog een dimensie bij. In de jaren ’90 is sprake van een steeds verder globaliserende wereld. Daarin spelen multinationals en bankconglomeraten een steeds grotere rol. Maar in tegenstelling tot de private sector, globaliseert de publieke sector nauwelijks mee. Hoewel er meer handelsverdragen worden gesloten dan in de tientallen jaren tevoren en markten in Oost-Europa, Rusland en Azië ontsloten worden, is de institutionele globalisering zeer beperkt. De enige significante ontwikkeling is de monetaire eenwording in Europa onder de vlag van de ECB. Maar daar vergeet men juist dat de politieke eenwording moet meegroeien met een technoncratische monetaire unie. Een monetaire unie kan wel een politieke unie inluiden, maar alleen geforceerd en zeker niet organisch. Niet democraten, maar technocraten leiden de eenwording van Europa.

Terwijl de financiële sector steeds grotere bedragen heen en weer schuift tussen landen, groeit het toezicht op deze sector niet mee. Het thuisland van een bank verzorgt het toezicht op een bank. Ook heeft internationale regelgeving, los van de Basel-akkoorden, nauwelijks vat op financiële instellingen. De bestuurlijke en politieke realiteit krijgt daarmee een ander geografisch perspectief dan de financieel-zakelijke.

            In het eerste decennium van deze eeuw blijft de complexiteit en globalisering toenemen, terwijl de transparantie van bankbalansen en het toezicht verder afneemt. Hier komt de rol van de technocraat naar voren. De rol van insiders in de financiële sector wordt steeds sterker. De rol van outsiders wordt steeds zwakker. Informatie is niet voorhanden, activiteiten onttrekken zich aan het oog of vinden elders plaats. De complexiteit zorgt dat veel tijd moet worden geïnvesteerd voordat men mee kan spreken in het jargon over de structuren, producten en activiteiten van financiële instellingen. De personele kruisbestuivingen tussen private partijen, de overheid en de politiek zijn talrijk. Wetenschappelijk onderzoek wordt steeds meer in opdracht van één van deze drie partijen verricht. De zwakke broeder van deze vier partijen is de politiek. Politici hebben van de vier actoren de minste tijd om de financiële wereld te doorgronden en hebben ook de minste middelen om dat uit te laten zoeken. Ze zijn in hoge mate afhankelijk van de andere actoren voor hun informatievoorziening. De financieel woordvoerders van partijen agendeerden nauwelijks structurele private financiële thema’s in het publieke debat. Dat wordt daarna ook niet of nauwelijks gecompenseerd door de waakhond van de democratie, de journalist.

Zijn technocraten wel de oplossing?

            Maar hebben de technocraten het beter gedaan? Heeft het toezicht niet net zo hard gefaald? Waar waren de waarschuwingen en harde ingrepen? Waar waren de centrale bankiers die met renteverlagingen de leverage-ratio’s zo omhoog hebben gestuwd? Waar waren de bankiers zelf die de meest ingewikkelde producten verkochten met schema’s die meer op de printplaat van een kerncentrale doen denken dan aan een simpele verzekering of obligatie? Ze waren er in elk geval toen drastische maatregelen genomen moesten worden vanaf 2007. Bankiers werden plots minister in Amerika. Of werden toezichthouder. Of werden adviseur van het Europees parlement of van centrale banken.

In Europa verloren diverse democraten de meerderheid bij verkiezingen, bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk. Maar de technocraten verloren niet. Ze wonnen juist terrein vanwege hun veronderstelde technische kennisvoorsprong. Niet voor niets komt het woord technocraat van het Griekse woord ‘tekhne’ en ‘kratos’, kunde en macht.

            Maar is de kracht van de technocraat niet juist een illusie van de geest? Het zijn grijze mannen met een degelijke, vaak economische, academische opleiding. Vrouw en kinderen zijn present en de ideologische drijfveren zijn vaak gematigd. En een academische loopbaan is eerder een pré dan een nadeel. Uit onderzoek van de London School of Economics van dit jaar blijken dit allemaal geen significante factoren te zijn als men een minister (van financiën) zoekt die de uitgaven en inkomsten van de staat in evenwicht moet brengen. De enige significante factor is ervaring in, jawel, de private of financiële sector. Maar dat is op dit moment alsof men de draaideurgevangene kroont tot gevangenisdirecteur omdat die zoveel ervaring heeft met gevangenissen.

Een idee kan geen waarheid op zich zijn

            De ratio van de markten is er niet één van de absolute waarheid. Het is een ratio van de dominante economische veronderstellingen. De financiële crisis en de huidige schuldencrisis laten helder zien dat een zelfde denkkader van tegenspelers, van bankiers en toezichthouders, van overheden en private partijen van journalisten, wetenschappers en politici kan leiden tot een troebele blik. Technocraten die dezelfde lesboeken hebben bestudeerd, dezelfde werkplekken hebben gehad en dezelfde culturele opvattingen hebben die vele bankiers hebben zijn nauwelijks tegenspelers te noemen. Men heeft daarom nauwelijks tijd besteed aan de ideeën die achter de producten zaten, maar enkel als deskundigen gekeken naar de uitvoering en risico’s.

            Technocraten binnen banken, toezichthouders en de overheid hebben toegestaan dat bankbalansen groter werden, de eigen vermogens kleiner, de producten complexer en de risico’s troebeler. Deze ontwikkelingen werden als louter beleidstechnische besluiten gezien. Het beste is dit te zien in de wetgeving. In plaats van simpel principe-gedreven toezicht verwerd het tot tienduizenden pagina’s lange specifieke wetgeving. Het vertrouwen en de welvaart die geschaad is door deze technocraten zou moeten worden terug verdiend. Ze juist meer vertrouwen gunnen en ze boven verkozen vertegenwoordigers plaatsen strekt simpelweg niet met de realiteit van het beschaamde vertrouwen.

            Nu de financiële crisis door advies en besluiten van de technocratische elite van de bankbalansen naar de balans van de overheid is verplaatst, is het onverteerbaar dat technocraten ook daar de dienst mogen uitmaken. Nu tien tot vijfentwintig procent van de welvaart is verdampt en de publieke schulden met bijna 50 procent zijn toegenomen in de westerse wereld lijken de technocraten meer dan ooit vertrouwensposities te bezetten.        


Het alternatief: de democratische gemeenschap

            Wat is het alternatief? Maken politici er niet net zo’n zooitje van, iets dat we kunnen aanschouwen nu eurotop na eurotop mislukt? De spanningen in de de Britse, Duitse, Nederlandse, Belgische, Franse, Slowaakse, Spaanse, Italiaanse, Griekse, Finse, Ierse en   Portugese nationale politiek; duiden die niet op een politiek systeem dat ook niet probleemoplossend werkt? Ja. Maar toch kunnen alleen democraten op lange termijn het verschil maken. De kern van politiek is vertegenwoordiging, waardengedreven besluitvorming in plaats van waardegedreven besluitvorming en instrumenten om pijn en genot te herverdelen. We zouden meer moeten kijken naar de werken van Jeremy Bentham. Het leven, zo beargumenteert hij, draait om twee prikkels: pijn en genot. Technocraten begrijpen dat niet. Democraten wel. Juist omdat nu de vraag is wie de schulden en het welvaartsverlies gaat betalen, moeten democraten daarover besluiten. Technocraten kijken naar systemen, democraten naar gemeenschappen. Het zou nu moeten gaan om het grootste geluk voor de grootste gemeenschap. Niet om de, belangrijke, belangen van het kleinste aantal. Zodra we dat niet voorop stellen vergooien we niet alleen ons financieel vermogen, maar ook onze democratische samenleving. Technocraten kunnen op korte termijn markten kalmeren, maar nooit op lange termijn verandering bewerkstelligen. Er is geen technocraat te bedenken die een nieuwe tijd heeft ingeluid, hooguit begeleiden ze die. Economische veranderingen op lange termijn verdienen nu prioriteit. Laat daarom de technocraten zo snel mogelijk plaatsnemen daar waar ze horen: de coulissen.

Sywert van Lienden

 

Boude stellingen van Baudet, maar er klopt niets van

Onze welvaart hebben we niet te danken aan de euro en vrede niet aan de Europese eenwording. Zonder Europese eenwording zouden we zelfs rijker zijn en vreedzamer kunnen leven. Columnist Thierry Baudet (promovendus rechtsfilosofie, docent aan de Universiteit van Leidenschreef in NRC een column die deze twee fundamenten van Europa, vrede en welvaart, probeert te ontkrachten. Niet toevallig verschijnt deze column net na het nieuwe boek van Geert Mak, de hond van Tisma. Bij Nieuwsuur was Geert Mak duidelijk over zijn euro-angsten: ‘Ik vrees dat het voorbij is’. Volgens Baudet zou zo’n einde echter een groot feest inhouden: rijkdom en vrede ligt voor het grijpen, als je tenminste een beetje met de feiten speelt.

 

  De column is daarmee precies een uitvloeisel van wat Geert Mak zegt: ‘En ondertussen loopt het publieke geduld met het Europese project ten einde. Deze crisis beweegt zich nu langzaam van een financiële ramp naar een politieke catastrofe. Er wordt, en dat beseft het Brusselse vergadercircuit deels wel, maar deels ook niet, van kiezers en burgers, overal in Europa, een geduld, loyaliteit, wijsheid en visie geëist die zo langzamerhand bijna bovenmenselijk is’. In elk geval voor Baudet, zo blijkt uit zijn column.

Vrede
         Volgens Baudet kan Europa niet als vredesmachine worden gezien, omdat de periode van eenwording en vrede niet voorafgegaan werd door oorlog. Nee, afgezien van de Eerste en Tweede Oorlog was er een ‘vrijwel onafgebroken’ honderdjarige vrede in Europa. Van het einde van Napoleon in de Slag bij Waterloo in 1815 tot de kogel die Prins Frans Ferdinand van Oostenrijk dodelijk raakte in 1914; alles pais en vree in Europa. Slechts drie noemenswaardige oorlogen tussen Europese staten kunnen worden genoemd: de Frans-Pruisische, de Pruisisch-Oostenrijkse en de Frans-Oostenrijkse. 
         Zijn bewijs dat de Europese eenwording de laatste decennia geen ‘halve eeuw van vrede’ heeft gebracht? De oorlogen in Algerije (onafhankelijkheidsstrijd), de Balkan, Irak en Afghanistan. Hier zie je de vergelijking al mank gaan: oorlogen tussen Europese staten worden vergeleken met oorlogen tussen Europese staten en niet-Europese staten. 
         Steker nog: juist de oorlog op de Balkan werd gelegitimeerd door het Europese project. Joschka Fischer, minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland greep in 1999 in met de woorden: “Wir haben immer gesagt: ‘Nie wieder Krieg!‘ Aber wir haben auch immer gesagt: ‘Nie wieder Auschwitz!’”. Juist de verdediging van Europese humanistische waarden, gaf Duitsland de ruimte om de welvaart en vrede op de Balkan te beschermen. Baudet zou de oorlogen tussen staten binnen het verband van de Europese Unie de afgelopen vijftig jaar eens moeten beschrijven. Hij zal niet ver kunnen komen. In de negentiende eeuw juist wel.

De 19e eeuw zat vol met oorlogen
 

Juist de imperialistische oorlogen tussen Europese staten onderling en tussen Europese en niet-Europese staten zijn talrijk in de 19e eeuw. Half Afrika werd onder de voet gelopen en vermalen tussen de raderen van nationale politici met sociaal-darwinistische ideologieën. De 19e eeuw was allesbehalve een eeuw van vrede. Oorlogen als de Krimoorlog en de vele revoluties in Midden- en Oost-Europa markeren een Europa dat buitengewoon onrustig was. Daar komt bij dat twee revoluties samenkomen in de 19e eeuw: de industriële revolutie en de consequenties van de Franse revolutie. Dat gaf de opmaat naar democratiseringsbewegingen, nationalistische opstanden en revoluties, waarbij imperialisme en nationalisme hand in hand gingen. 
         Ten slotte stelt Baudet dat enkel de angst voor de Sovjet-Unie ervoor gezorgd heeft dat Europese staten niet onderling oorlog voerden. Rusland zou vervolgens door twee oorzaken uiteen zijn gevallen: de wapenwedloop (powerplay van de yankies) en opkomend nationalisme binnen de Sovjet-Unie. Natuurlijk speelt de NAVO en de gezamenlijke dreiging een rol. Over de economische oplopende verschillen stelt Baudet echter niets. Dat is jammer. Want daar ligt juist de kern van de ondergang van de Sovjet-Unie. de expansie van het communisme is juist in Europa gestopt omdat de bevolkingen te welvarend was om voor absolute gelijke armoede te kiezen. Kenmerkend voor de Europese samenlevingen was de combinatie van het kapitalisme en de verzorgingsstaat; iets dat enkel betaald kon worden door toenemende handel tussen o.a. Europese landen. Dat was veel belangrijker dan de Sovjetdreiging. 

Welvaart
Dan de euro. Die zou onze welvaart niet garanderen, maar eerder bedreigen. Hiervoor geeft Baudet twee argumenten.
         Ten eerste doen volgens Baudet landen als Duitsland en Nederland het economisch slechter dan zou kunnen, omdat ze moeten betalen voor landen als Portugal, Griekenland en Ierland. De langdurige tekorten op de handelsbalansen van de laatste groep landen doen echter iets anders vermoeden: jarenlang hebben we als Noord-Europa het mooie Zuid-Europa voorzien van importen én kredieten om die importen te kunnen betalen. Ten tweede zouden de munten van Nederland en Duitsland flink duurder moeten worden zonder Zuid-Europa, sommige economen stellen 30 tot 40%. Zo gek is het dus nog niet om wat zwakkere broeders in de groep te hebben. 
Los van de politieke redenen zijn er dus ook economische redenen om voor de euro te pleiten. Hoe groot echter precies de voordelen zijn is niet direct te meten, want hoe zou het zonder euro zijn verlopen? En hoe meet je de indicator vertrouwen, doordat regels en munten gelijk zijn tussen twee buitenlandse handelspartners? Hoe groot de nadelen zijn is evenmin precies te stellen, mede omdat je niet zou weten hoe handelspatronen zouden verlopen als in Zuid-Europa devaluaties hadden plaatsgevonden de afgelopen 10 jaar. 
         Baudet stelt ook dat het Zweden, Denemarken en Polen economisch beter is vergaan, zonder Euro. Alle drie deze landen gebruik van de Europese interne markt, die van groter belang is dan de euro. Ook hier betaalt Europese eenwording zich met klinkende munt uit. Het CPB berekent dit voordeel op ten minste één maandsalaris per jaar extra voor elke Nederlander. Ten tweede zijn het drie verschillende landen. Denemarken heeft een vast wisselkoerssysteem, welke gekoppeld is aan de euro. Zweden zal t.z.t. de euro introduceren. En de groei van Polen is aan andere factoren te wijden dan een eigen munt (de zloty heeft juist last van de eurocrisis). De drie landen zijn dermate met Europa verweven dat zij (met name Denemarken en Zweden) in feite functioneren als eurozonelanden zonder euro. Dat zou niet betekenen dat als de interne markt of de euro ophoud te bestaan, dat iedereen dan beter af zijn. Juist omdat er zo’n massief blok is met schaalvoordelen, kunnen kleine landen eromheen functioneren. Dat geldt net zo goed voor Noorwegen en Zwitserland als voor Denemarken en Zweden. 

Baudet ontkent deze feiten en stelt dat vaste wisselkoerssystemen en multilaterale verdragen voldoende zijn om de economische eenwording van het Europees economisch verkeer te dragen. Denkt hij nou werkelijk dat de mislukking van een eerdere poging, het European Exchange Rate Mechanism (ERM), nu opeens wel zou slagen? Wie stelt, dient te bewijzen.

 
Academische pretenties
Baudet stelt in zijn stuk dat de argumenten dat Europese eenwording gedragen wordt door vrede en welvaart door de euro ‘onhoudbaar’ zijn. Nergens maakt hij dat op fatsoenlijke wijze duidelijk. Sterker, het lijkt erop dat Thierry Baudet zijn afkeer van Europa als instituut laat vloeien in elk onderwerp dat voorbij komt. Of dat nou defensie, economie of rechtspraak is. Bekend is o.a. zijn harde aanval op het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, die door hoogleraren wordt gekraakt. Baudet gaat uit van de absolute soevereiniteit van een natiestaat, eigenlijk gebaseerd op de Vrede van Westfalen van 1648. Baudet kan alles wat daarmee enigzins op gespannen voet staat dan ook niet hebben. Die grieven uit hij via kritiek op de euro, de rechter, de EU of via een proefschrift over de natiestaten.
Een column in de NRC, geschreven door een academicus van beroep, zou feitelijk en gedegen moeten zijn. Daar schort het hier ernstig aan.

·       

In het kerstnummer van de Groene Amsterdammer spreken ter afsluiting van een serie Haroon Sheik, Fouzia Outmany en Sywert van Lienden over de betekenis van ‘het algemeen belang' in deze tijd. Bestaat die nog? Waaruit dan? En geeft onze samenleving nog wel ruimte voor een algemeen belang? En past het bij deze tijd?Tekst: Yvonne Zonderop. Foto's: Bob Bronshoff. Graag hoor ik jullie reacties.

‘Klantenservice’ anno 2011. Of beter gezegd: klachtenserviceterreur.

Doe geen zaken met SDU Uitgevers.

De laatste dagen van het jaar gebruik ik om de administratie bij te werken. En zoals dat gaat, de naarste klusjes bewaar je voor het laatst. Overstappen van zorgverzekering, je huurcontract nog eens doorspitten, dat oude internetabonnement eens beëindigen en die verzekering stopzetten voor een telefoon die al bijna een jaar geleden vervangen is. U kent het vast wel. Er zijn twee constantes: je komt in aanraking met de ‘klantenservice’ en tussen jouw belang en die van het bedrijf staan de algemene voorwaarden. Die veranderen een klantenservice in klachtenserviceterreur. Zo ook bij SDU uitgevers.

Read More

De kus van Poetin.  Deze mooie IDFA-documentaire is nu online te zien. Het jonge meisje Masja wordt actief in de Russische jongerenbeweging Nasji en wordt al snel één van de leidende figuren. Ze ziet van dichtbij hoe het Kremlin Rusland regisseert via bewegingen, maar komt ook in contact met de liberale oppositie. Na het mishandelen van een blogger komt ze in een loyaliteitscrisis. Ze moet kiezen..

Back to Top

Twitter

Previous Next
Back to Top

Vragen, opmerkingen of anderzins? Inspireer mij terug!

Previous Next
Back to Top

Vanity by Pixel Union